Students' autonomous reading motivation: A study into its correlates and promotion strategies in late elementary classrooms

De Naeghel, J.
Gent: Universiteit Gent | 2013 | 1-226

Vraagstelling

Uit onderzoek blijkt dat leesmotivatie een belangrijke rol speelt voor het bereiken van leessucces. Leessucces draagt bij aan het verwerven van basiscompetenties voor deelname in de maatschappij. Daarnaast zetten leerlingen hun leesvaardigheid in tijdens het studerend lezen. Het is dan ook belangrijk dat zij competente, betrokken en gemotiveerde lezers worden.

Er is echter een dalende trend zichtbaar in het leesplezier van leerlingen tijdens hun schoolloopbaan. Deze tendens zet zich al in aan het einde van de lagere school. Het doel van dit proefschrift is drieledig:

  1. de leesmotivatie van leerlingen aan het einde van het lager onderwijs in kaart brengen in de vrije tijd en voor school;
  2. de relatie van leesmotivatie met enerzijds leesgedrag (namelijk leesfrequentie en leesengagement) en anderzijds leesprestaties (namelijk begrijpend lezen) verhelderen;
  3. promotiestrategieën vaststellen en evalueren om de dalende trend in leesmotivatie te doorbreken en de autonome leesmotivatie te stimuleren.

Resultaten en conclusie

  1. Er kunnen twee soorten leesmotivatie worden onderscheiden. Autonome leesmotivatie verwijst naar lezen voor het plezier of omwille van de persoonlijke betekenis die eraan wordt gegeven. Gecontroleerde leesmotivatie verwijst naar lezen om tegemoet te komen aan intern (bijvoorbeeld schuld, schaamte of trots) of extern ervaren druk (bijvoorbeeld een beloning krijgen of straf vermijden). Zowel in de vrije tijd als voor school tonen leerlingen een hogere autonome dan gecontroleerde leesmotivatie. Meisjes zijn meer autonoom gemotiveerd om te lezen.
  2. Leerlingen die in de vrije tijd meer autonoom gemotiveerd zijn, lezen vaker, zijn meer geëngageerd om te lezen en presteren sterker op het vlak van begrijpend lezen. Ook leerlingen die in de schoolcontext autonoom gemotiveerd zijn, lezen vaker. Gecontroleerde leesmotivatie is negatief gerelateerd aan begrijpend lezen. Een hogere leesmotivatie leidt dus niet noodzakelijk tot positievere uitkomsten als de motivatie meer gecontroleerd dan autonoom is. Daarnaast blijkt louter regelmatig lezen onvoldoende om sterke begrijpend leesvaardigheden te ontwikkelen.
  3. Ondersteuning vanuit de thuisomgeving voor lezen en betrokkenheid van vrienden spelen een positieve rol in het stimuleren van autonome leesmotivatie. In de klaspraktijk draagt de aanwezigheid van een leesjuf of -meester die het leesbeleid op school ondersteunt en leespromotieactiviteiten organiseert, bij aan de autonome leesmotivatie van leerlingen. Ook het ondersteunen van autonomie, het bieden van voldoende structuur en het laten ervaren van persoonlijke betrokkenheid blijken effectieve strategieën. Een training gericht op het inzetten van een autonomieondersteunende en structurerende stijl tijdens leesactiviteiten (bijvoorbeeld keuzes bieden tussen leesmaterialen, inspelen op interesses, aangeven waarom leesactiviteiten belangrijk zijn) blijkt doeltreffend om de autonome leesmotivatie te stimuleren, zowel in de vrijetijds- als schoolcontext. Vooral jongens halen voordeel uit de training.

Methode

De autonome en gecontroleerde leesmotivatie van de leerlingen is nagegaan via een vragenlijst. Dit geldt ook voor hun zelfgerapporteerde leesfrequentie in de vrije tijd. Daarnaast hebben de leerlingen een begrijpend leestoets gemaakt. Hun leesengagement is beoordeeld door hun leerkracht. Promotiestrategieën ter bevordering van autonome leesmotivatie zijn vastgesteld door de onderwijspraktijk van enkele leerkrachten te bestuderen die op dit vlak sterk scoren. Tot slot is een leerkrachtentraining opgezet voor het stimuleren van de autonome leesmotivatie bij hun leerlingen. In de experimentele groep kregen leerkrachten informatie over het inzetten van een autonomieondersteunende en structurerende stijl. In de controlegroep gaven leerkrachten les in hun eigen stijl.


Deze samenvatting werd geschreven door Evelien Van Laere, Hilde Van Keer & Johan van Braak.

Domein

  • leesonderwijs
  • literatuuronderwijs
  • leesbevordering
  • poëzie
  • andere vormen van fictie
  • jeugdliteratuur
  • kinderboeken
  • non-fictie

Doelgroep

  • NT1-leerlingen

Thema's

  • beginsituatie
  • onderwijsleeractiviteiten
  • leerlingkenmerken
  • schoolse kenmerken
  • effectonderzoek

Regio

  • België

Onderwijstype

  • basisonderwijs

Leeftijd

  • 10-11 jaar

Tekstsoort

  • informatieve teksten

Respondenten

  • leerkrachten / lesgevers
  • leerlingen / cursisten
  • pverige volwassenen
  • schooldirecties

Aantal respondenten

  • 501 en meer

Methode van dataverzameling

  • documentanalyse
  • interviews
  • observaties
  • schriftelijke enquête
  • toetsen / tests